Tekst 2: Constantijn de Grote
De club van Rome waarschuwde in de vorige eeuw dat we als mensen een veel breder tijd/ruimte perspectief nodig hebben om de mensheid een overlevingskans te laten hebben. Zonder dat perspectief blijven we veel te lang doorknoeien op wegen die in het verleden misschien nuttig waren, maar die niet meer passen bij de vraagstukken van de huidige tijd.
Eén van de grote problemen van deze tijd is de enorme diversificatie. Bedrijven moeten een ongelooflijk groot verandervermogen hebben om in deze tijd te kunnen voortbestaan. Mensen binnen die bedrijven moeten een enorm verandervermogen en een gigantische veranderingsbereidheid aan de dag leggen om mee te kunnen.
De basisstructuur van vrijwel alle menselijke organisaties is de hiërarchie. De hiërarchie is een uiterst nuttige organisatievorm voor het oplossen van standaard problemen met laag opgeleid personeel. Uitgevonden door de Romeinen werd de enorme effectiviteit van de hiërarchie bewezen door Julius Caesar die als geen ander wist hoe je honderdduizenden bange, ongeletterde legionairs kunt organiseren in een geoliede vechtmachine. Het veroveren van de omringende landen bleek een standaard probleem dat met deze organisatievorm eenvoudig kon worden opgelost. De Kelten werden teruggeslagen tot achter de Rijn op vele weekreizen van Rome.
Het besturen van het rijk bleek iets minder standaard als probleem. De grote veldheer werd in de slangenkuil van de politiek vermoord.
Toen Constantijn de Grote Caesar werd, was er van het Romeinse rijk niet veel meer over. Naar buiten toe leek het nog een rijk met een gigantische macht en omvang, intern werd het rijk verscheurd door burgeroorlogen waarin de legioenen plunderend door het eigen rijk trokken. Als waardig opvolger van Caesar veroverde Constantijn het gehele Romeinse rijk, beginnend in Brittannië via Frankrijk en Spanje, Italië, de Balkan tot en met de Aziatische en Afrikaanse provincies. Maar Constantijn had anders dan Julius Caesar al van jongs af aan met verraad te maken gehad. Door zijn vader werd hij als gijzelaar uitgeleverd aan keizer Galerius, die op dat moment heerste over Turkije, Syrië en Egypte. Jarenlang leefde Constantijn in voortdurend levensgevaar. Op de zwarte markten werden wekelijks weddenschappen onder het volk afgesloten of hij nog een week zou overleven. Hij slaagde er in te ontsnappen en zich bij zijn vader in Brittannië te voegen net voordat die kwam te overlijden. De soldaten benoemden Constantijn vervolgens tot Augustus van het Westen.
Maar door zijn ervaring met verraad wist Constantijn dat het veroveren van gebied niet genoeg was. Met harde hand begon hij het gehele Romeinse rijk te bureaucratiseren om zo te zorgen voor een systeem dat onkwetsbaar was voor willekeur en tweespalt. Bureaucraten volgden simpel de regels die door wetgevers (lees: Constantijn) waren opgesteld. Eén van de meest effectieve regels van de Romeinen was dat als iets een paar jaar feit is, is het wet. Constantijn wilde dat de Christenvervolgingen zouden stoppen. Briljant strateeg als hij was liet hij zich informeren over het aantal Christenen in zijn rijk. Tot ieders verrassing bleek de grote meerderheid op dat moment Christen te zijn, ondanks de recente bloedige vervolgingen onder andere keizers. Dus besloot Constantijn naar oud Romeins gebruik van de nood een deugd te maken en zorgde hij ervoor dat het christendom gelegaliseerd werd. De wijze waarop hij dat deed was briljant. Als eerste stap schrapte hij een strafmaat uit de strafwetgeving. De straf ‘ad bestias' werd afgeschaft. Dat had tot gevolg dat er geen Christenen meer voor de leeuwen gegooid konden worden én het had tot gevolg dat Romeinse veroordeelden niet langer kozen om Gladiator te worden. De keuze voor Gladiator was indertijd de enige uitweg als je tot ‘ad bestias' (voor de beesten) was veroordeeld. Ineens waren er geen bloedige festijnen meer in het Circus en was er ook geen druk meer van daar uit om voldoende Christelijke slachtoffers aan te voeren.
De tweede stap was zo mogelijk nog briljanter. Alle Romeinse legionairs waren volledig idolaat van hun vaandel. Het vaandel was heilig, daar stierf je voor. Maar ook toen was al de helft van de legionairs Christen. Zo kreeg Constantijn, volgens eigen zeggen (er waren geen getuigen) een visioen waarin Jezus zei: “in hoc signo vinces” (in dit teken ga je winnen) en wees op een brandend kruis. Constantijn nam vervolgens plaats voor de troepen en vertelde ze dat God zelf hem verteld had dat als ze hun banieren van een kruisteken zouden voorzien, God ervoor zou zorgen dat ze een klinkende overwinning zouden behalen. De meerderheid van de troepen hief natuurlijk een oorverdovend gejuich aan, want hun kruisteken kwam op de heilige banier. En daarna waren alle burgers verplicht christen.
Goed op de hoogte van de oude vijandschap tussen de christelijke kerk en het Romeinse rijk verzon Constantijn vervolgens de meest briljante list. Hij verplaatste het centrum van het wereldlijke rijk naar de nieuw gebouwde stad Constantinopel en bood het aloude centrum van de macht aan als zetel aan de bisschop van Rome mits die voortaan als de enige leider zou worden erkend. Hij organiseerde het eerste concilie van Nice en nodigde alle bisschoppen uit ‘om te komen en de nieuwe geloofsbelijdenis goed te keuren'. De geloofsbelijdenis was door Constantijn zelf geschreven. De rebellerende bisschoppen konden vanzelfsprekend niet komen, dus die gingen hun heilige teksten begraven (zoals de rollen gevonden bij Nag Hamadi) uit angst dat die anders verboden en verbrand zouden worden. Zo schiep Constantijn een strikte hiërarchie waarin het geloof van al zijn burgers gereguleerd werd. Hij verkreeg het recht bij conflicten binnen de kerk oplossend in te grijpen. Parallel organiseerde hij de staatsstructuur ook in een hiërarchie naar militair voorbeeld waarin ieder die de regels handhaafde zeker was van zijn plek. Ieder die regels ter discussie stelde werd uit zijn ambt ontheven of ter dood gebracht. Om de uiterste consequentie duidelijk te maken van hoever hij bereid was om te gaan vaardigde Constantijn een decreet uit met het verzoek om informatie te geven over welke personen er in het paleis mogelijk verraad aan het plegen waren. Uit de stroom aan vuilspuiterij die volgde, selecteerde hij een aantijging tegen zijn eigen zoon en liet die ter dood brengen. Daarmee was de sluitsteen gelegd: een ieder die de hiërarchie durfde ter discussie te stellen zou omgebracht worden, zelfs als dat de zoon van de keizer zelf was.
Het ‘regels zijn regels' geldt sindsdien 1700 jaar binnen de meeste menselijke organisaties als uiterlijke grondwet. Ieder die de schijn weet te handhaven van deelname aan het systeem is verzekerd van een warm plekje. Ieder die de fout begaat het systeem zelf ter discussie te stellen wordt uitgekotst.
Nu leven we in een tijd waarin steeds meer variabele vraagstukken zich opdringen. En we hebben steeds meer te maken met mensen met opleiding. Zeker in Nederland.
Ons systeem, de erfenis van Constantijn kraakt in zijn voegen. Nu nog lukt het om mensen angst aan te jagen met terrorisme dreiging en dreigend verlies aan welvaart om de hiërarchie nogmaals heilig te verklaren. Maar hoe hiërarchisch we ook vreemdelingen ‘uitgezet' verklaren, ze blijken gewoon hier te blijven wonen, buiten het systeem. Hoe knap we ook landen kunnen veroveren (Irak) ze vervolgens besturen met een hiërarchisch, van boven opgelegd systeem blijkt niet te lukken. De vraagstukken van deze tijd vragen om een fundamentele heroriëntatie op de wijze waarop we ons als mensen organiseren. Daartoe is het nuttig ons nog eenmaal te verdiepen in de persoon Constantijn de Grote, om nog eenmaal contact te maken met de originele angst die leidde tot de alomvattende staats- en organisatie-hiërarchie die we momenteel kennen. En dan snappen dat de oplossing van toen het probleem is van vandaag en iets nieuws verzinnen. Bijvoorbeeld een systeem van Permanente Groepen. Maar daarover elders meer.